Het Regulierenhof

Auteur: Willie Lek

Tussen De Roode Leeuw – de prominent aanwezige draaiende en malende korenmolen – en ons huis ligt het Regulierenhof. Om het hofje te bezoeken moeten we eerst over een drukke weg, de Raam. Aan weerszijden van de Raam staan woningen van alle klassen, leeftijden en structuren. Gebouwd in vorige eeuwen of betongestort om de bekende immigratiegolf hier ter stede te huisvesten. Jonge mensen vinden er nu hun starterswoning. Ook de gezinnen van de arbeiders, zij die ooit onze gast waren, wonen er. Samen met hun schotel, om gedane zaken tegen beter weten in vast te houden. De kleine balkonnetjes worden opgesierd, hetzij met geraniums en stenen poezenbeeldjes, hetzij met waslijnen waarover djabella’s drogen in de vroege ochtendzon.

regulierenhof

In dit schuchtere zonnetje zoekt kleine Micki het smalste poortje vanaf de Keizerstraat naar haar zo fel begeerde parkje. Hoe smaller het steegje, hoe spannender de wandeling. Haar favoriete straatje is het Pottenbakkersteegje, zo smal, dat wij daar saampjes in een rijtje moeten lopen. “Dun, he oma?” Het klinkt als “dunne oma”, maar ik weet wat zij bedoelt. Niet de omvang van haar oma, maar het piepkleine straatje in de onze oude binnenstad. Soms wandelen we door de Komijnsteeg of de Kaneelsteeg. Smakelijke namen. De Olieslagersteeg en de Looierspoort: het valt niet te ontkennen dat we in een oude stadswijk wonen. Op het Regulierenhof is het feest. Een glijbaan met een raampje, twee schommels, een draaitol, een wipbeest en een tafeltennistafel. Genoeg voor de fantasie van mijn logeetje. Zij holt van attribuut naar attribuut, in een haast alsof het hele hofje binnen enkele seconden van de Goudse bodem zo kunnen verdwijnen. Dat zal zo vaart wel niet lopen. De Regulieren woonden hier jaren her, vroom en kuis, hun gebed zal zeker millenniumproof geweest zijn. Maar goed, Micki heeft toch haast. Het is ook zo’n uitnodigend veldje. Het gras onder de toestellen is groen. Zoals het grasgroen hoort te zijn. Hier en daar een paardenbloem of een madelief. Een uitgebloeide paardenbloem ontkomt niet aan het eeuwige paardenbloemenpluisjeslot: geplukt en geblazen worden. Haar kleine mondje heeft nog niet de luchtinhoud en de kracht om alle pluisjes in een keer te laten dwarrelen. Ze geeft niet op, na drie keer is het zover, een kaal bolletje met steeltje verdwijnt in haar broekzak. Later, als ze groot is zal ik haar vertellen dat er een wens in vervulling gaat, wanneer na een keer blazen de bloem kaal is.
Met mijn rug tegen een rommelig muurtje geniet ik in een rustig moment van de zon. De molen draait, op het pleintje wandelen twee poezen en wordt een deurmat fel uitgeklopt. Een rozige hond wordt tot de orde geroepen wanneer hij het grasveld op huppelt. ” Hier!” “Jonas!” Jonas luistert en zoekt een andere plek voor poep of plas. Tot mijn grote vreugde blijft het gras groen en schoon.
Wanneer ik mijn blik laat ronddwalen zie ik waarom ik hier zo graag woon. De grote, voorheen katholieke kerk steekt boven authentieke, soms ook vervallen daken uit. Trapgevels, siergevels, rode dakpannen of leisteen: een groot assortiment aan daken. Even naar links is daar de minaret, in de strijd om de hoogte wint de kerktoren. Over het aantal bezoekende gelovigen zal de strijd andersom uitvallen, is mijn observatie na een jaar Gouda. Alhoewel, op zondag is er een heuse optocht van zwarte mantels en bijbehorende hoofddeksels richting Grote Kerk!
De masten van de boten in de haven zie ik wanneer met mij rug naar de grote kastanje ga staan. De gierzwaluwen zijn druk, zij vliegen hoog en laag om hun benodigde hoeveelheid insecten binnen te krijgen. Vliegen en muggen genoeg, de invloed van eb en vloed. Een soort wad net buiten de haven is een voedzaam gedekte tafel voor menige vogel. Op het Regulierenhof eten wij onze boterhammen wanneer de klok twaalf slaat, drinken sap en zingen over schepen die moeten zeilen en over wieken die zo gaan. Terug door de Olieslagersteeg vinden wij opnieuw een pluizenbloem en samen lukt het ons: in een keer kaal. Wensen gaan in vervulling.