Een Afghaanse gast in de Keizerstraat

Auteur: Willie Lek

Wat moet je antwoorden op al die vragen van een Nederlandse buurvrouw in de Keizerstraat in Gouda? Een straat waar je, toevallig, kunt exposeren omdat er een galerie is van een landgenoot? Afghanistan en wederopbouw. Als een mantra klinkt heeft pers en politiek het onophoudelijk in mijn hoofd geklopt. Maar Afghanistan is ook zo ver weg, die wederopbouw zie ik niet, ken ik niet en ervaar ik niet in mijn dagelijkse leven van “brood op de plank”, afspraken en andere beslommeringen. Totdat ik op een zonnige woensdagmiddag, na mijn werk, de Keizerstraat in peddel. Juist ja, met in de fietstas een enorme bonusbloemkool, een pak halfvolle yoghurt, een halfje bruin en twee vegaburgers voor het avondmaal. Vlak bij onze woning ontwaar ik een drukte van belang. Geen overval, geen brand en geen eng gedoe. Nieuwsgierig parkeer mijn fiets en meng me in de drukte. Vrolijke dames en heren, lekkere hapjes. Lichten van camera’s en zoemen van recorders.*) Heen en weer geloop, aantrekkelijke zoutjes, vijgen, kaasjes en toastjes. Wijn en bier, limonade en prik. Mijn Afghaanse buurman van nummer 49 glundert, zijn echtgenote straalt en hun kleine kindertjes glimmen.

Toch. Het gaat vandaag niet om hen. Het gaat om Meradj Ghousi, een landgenoot. Kunstenaar in hart en nieren, gevlucht voor bekrompenheid en geniepigheid van de Taliban. Gevlucht om vrijheid en openheid. Men kon zijn oprechtheid en kunst niet waarderen, Maredj werd gevangen genomen. De rest laat zich raden…. Nu, in een van de oudste straten van Gouda, vlak achter de Sint Jan, hangen werelden in olieverf aan de muur waar ik nauwelijks weet van heb. Vluchtende gezinnen, kanonnen gericht. Kinderen met angst in hun harten. Vrouwen gesluierd, hun ogen vragen om wat ik als normaal ervaar. Doeken met paarden, galopperend langs afgronden, ook herinneringen aan Buzkashi, een traditioneel spel. En altijd voert paars de boventoon, de kleur van transformatie. Logisch, wanneer je leefwereld bestaat uit toen en nu. Van hier en daar. Van geluk en ongeluk. Van voor en na de Taliban.

Terug naar de vragen van de buurvrouw. De antwoorden komen even snel als doordacht.
“Ja, mijn kinderen steun ik wanneer zij kunstenaar willen worden, mijn vader was een gerespecteerd kunstenaar. Ik hou van Picasso en van Rembrandt en kunst moet gesubsidieerd worden. Koningin Beatrix heb ik reeds geportretteerd, ik hoop ook ooit haar oudste zoon te vereeuwigen. Met mijn werk beschrijf ik het zware leven van de Afghaanse mannen en vrouwen: waar toekomst geen optie is, komt de wanhoop nabij. Kunst en politiek samen? Tja, maar het liefst niet. Om mooie dingen te maken heb je talent nodig, en in mijn koffer op mijn eventuele terugreis stop ik veel, veel geld om het onderwijs in Kabul te ondersteunen. De Dalai Lama zegt, dat wanneer ‘je leeft in het hier en nu je meer ziet’, dat klopt, zeker, maar diep in mijn hart kan ik nog niet zoveel zien. Daar is het verdrietig donker. Om mij heen brandt het licht van mijn vrouw en kinderen, het licht van de hulp en de kansen die ik in Nederland krijg. Helder en troostvol.”

*)
Vara, “Welkom in Nederland” 19 mei om 20.50 uur , Nederland 2
Meradj Ghousi exposeert in Kabul Gallery,
Keizerstraat 49, Gouda